Een boekdrukker op zee

 

In 1650 wordt in Middelburg Benedictus Smidt geboren in Middelburg als zoon van boekdrukker/uitgever Hendrik Smidt. De drukkerij van Benedictus’ vader stond aan De Wal in Middelburg, maar hij was oorspronkelijk afkomstig uit de vesting Schenkenschans. Schenkenschans ligt nu net over de grens in Duitsland, bij Kleef, maar in de Gouden eeuw lag de vesting op het grondgebied van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1635 – 1636 werd Schenkenschans eerst ingenomen door de Spanjaarden en later bevrijd door de troepen van Frederik Hendrik. Mogelijk was dit een reden geweest voor Hendrik om naar Middelburg te vertrekken.

Oneerbare vrouwenkleding

De kleine Benedictus groeide op in een fanatiek calvinistisch gezin. Zijn vader was drukker voor een aantal streng-conservatief protestantse predikanten. Predikanten die zich verzetten tegen ‘om wraak roepende en God tergende zonden’ als “dansen op bruiloften en feesten, oneerbare vrouwenkleding en het ‘begaapen’ der Paapsche kerken in Brabant en Vlaanderen”. Verder is  Hendrik bekend als een van de drukkers van de zogenaamde Labadisten.

De Labadisten waren een zeer strenge calvinistische sekte onder leiding van de charismatische Franse ex-priester Jean de Labadie, die in 1666-69 predikant was in de Waals-hervormde kerk in Midddelburg. In 1669 scheidden Jean de Labadie en zijn volgelingen zich af van de officiële calvinistische kerk en ze vertrokken als sekte naar Amsterdam en Friesland. De beroemdste aanhanger van De Labadie was Anna Maria van Schurman, ooit een wonderkind en de eerste vrouw aan een Nederlandse universiteit. Zij verloochende al haar wetenschappelijke principes om zich bij Labadie aan te sluiten.

Kusjes

Benedictus treedt in de voetsporen van zijn vader en wordt boekdrukker en uitgever. Het eerste drukwerk dat we van Benedictus kennen, dateert uit 1669 en is van geheel andere aard dan de serieuze publicaties van zijn vader! Het is getiteld “Kusjes aen de minnaers en liefhebbers van het edele kus-werckje”. “Kusjes…” is een gedichtenbundel, deels in het Frans, en de titel komt volmaakt overeen met de inhoud: een heel klein beetje stout, maar relatief onschuldig. De negentienjarige drukker heeft zich er ongetwijfeld mee vermaakt. Maar hoe deze publicatie in de kringen van Benedictus’ vader is gevallen?! In ieder geval blijft het bij dit experiment. Hierna kennen we van de drukkerij van Benedictus Smidt alleen nog serieuze werken.

Bloemhofje

Benedictus was waarschijnlijk een ambitieus man. Dat zou kunnen verklaren waarom hij de maker werd van Bloemhofje, tot eind 19e eeuw het kleinste gedrukte boekje ter wereld. Dit is vermoedelijk zijn meesterproef geweest: een proef die iemand moest afleggen om volwaardig lid te mogen worden van een gilde. Voor Benedictus was het maken van zomaar een klein boekje blijkbaar niet goed genoeg – nee, het allerkleinste moest het worden! Mogelijk wilde hij met het drukken van dit extreem kleine boekje tevens indruk maken in Amsterdam, waar hij zich in dezelfde periode vestigde en waar de concurrentie tussen boekdrukkers veel groter was. Benedictus doet ook aan marketing ‘avant la lettre’ door een heuse slogan aan zijn bedrijf te verbinden: Niemant sonder druk!

Een jonge man op oorlogspad

Benedictus is niet tevreden met alleen het drukken en uitgeven van boeken en pamfletten. Nee, hij mengt zich zelf ook als auteur in een heftige pamflettenstrijd die in 1674-76 in Middelburg woedt. En dat had hij misschien beter niet kunnen doen.

Om zijn positie te begrijpen, moeten we even een uitstapje maken naar de Nederlandse geschiedenis uit die periode. Als Benedictus begint als drukker in 1669, zit Nederland volop in het eerste stadhouderloze tijdperk. De Republiek is op het hoogtepunt van haar politieke, economische, militaire en culturele macht. Johan de Witt en zijn regenten delen de lakens uit. De latere Willem III, vrijwel een leeftijdsgenoot van Benedictus, wacht knarsetandend af aan de zijlijn.

Dat verandert in het rampjaar 1672, waarin Nederland van vier kanten wordt aangevallen: vanuit Frankrijk, Engeland en de Duitse bisdommen Munster en en Keulen. De vijanden van de Republiek hadden verschillende motieven, zoals haat tegen het protestantisme en economische na-ijver. De koningen van Frankrijk en Engeland, vaak elkaars tegenstanders, waren verenigd in een diepe afkeer van een veel te succesvolle kleine staat met nota bene een republikeinse staatsvorm. Dat zagen ze als een bedreiging, ja zelfs een belediging voor hun eigen positie. De strijd in 1672 verloopt desastreus voor de Republiek. Grote delen van het land, waaronder ook de stad Utrecht, worden bezet door met name de Fransen. De gebroeders De Witt worden op een gruwelijke manier afgeslacht en Willem III maakt van de gelegenheid gebruik (op zijn zachtst gezegd) om stadhouder te worden. Hij slaagt er uiteindelijk in om de buitenlandse vijanden terug te slaan, maar 1672 is het begin van het einde voor de Republiek als echte wereldmacht. Zodra de militaire strijd min of meer gewonnen is, slaat Willem III ook zijn slag in de interne machtsstrijd. Overal in de Republiek zorgt hij dat zijn eigen aanhangers in de regentencolleges de baas worden.

Vrijwel tegelijkertijd woedt in de Nederlandse calvinistische kerk de strijd tussen de ‘rekkelijken’ en de ‘preciezen ’. De rekkelijken hebben een iets vrijzinnigere opvatting over religie, zijn van mening dat de staat (lees: de regentenstand) het uiteindelijk voor het zeggen hoort te hebben, en kunnen zich voorstellen dat de wetenschappelijke ideeën van iemand als Descartes (“ik denk, dus ik ben”) misschien weleens hun nut zouden kunnen hebben. De preciezen, onder leiding van de Utrechtse hoogleraar Voetius, zijn streng in de leer, verwerpen Descartes, willen meer invloed van de kerk op de staat en steunen de Prins van Oranje. Het is duidelijk dat het herstel van het stadhouderschap en de politieke omwenteling die daarbij hoorde, de strenge opvatting van het protestantisme in de Hollandse en Zeeuwse steden aan de macht hielp. Met wat we van Benedictus weten, hoeven we ons niet af te vragen aan welke kant hij stond.

In Middelburg werd de strijd tussen de rekkelijken en de preciezen heel erg op het spits gedreven. Dat kwam door de benoeming van een enigszins vrijzinnige dominee genaamd Momma. Hiertegen ontstond veel verzet en heel Middelburg was in rep en roer. In 1674-1676 ontstaat een heftige pamflettenstrijd. Zo’n strijd was de voorloper van de meer onplezierige discussies zoals we die nu tegenkomen op sommige sociale media. Niet alleen qua inhoud, maar ook qua toon; 21e-eeuwers hebben op de man spelen en hufterigheid in het openbare debat niet uitgevonden!

Benedictus heeft het vooral voorzien op ene Jacob Noenaert, waarvan we weten dat deze behoorde tot de vrijzinnige partij. Noenaert was praktisch een buurman van Benedictus en zijn vader, want hij was gevestigd op De Wal. Hij was advocaat maar ook drukker en boekverkoper en dus een concurrent. Noenaert had lucratieve contracten met de Illustere school (een soort universiteit) en met de Admiraliteit (= de marine). Wellicht was er dus ook sprake van enige broodnijd…

De pamflettenstrijd is voor ons inhoudelijk niet meer te volgen. Duidelijk is wel dat Benedictus aan de kant staat van de ‘preciezen’. Deze groep wint de strijd, de benoeming van Momma wordt onder druk van Willem III ingetrokken en in zijn plaats komt er een strenge dominee. Je zou denken dat dit gunstig was voor Benedictus! Hij had de kant gekozen van de partij die zowel in het college van de stad als in de kerk de winnende partij was. Hij had zijn nek uitgestoken en zich onderscheiden. Toch betekent deze strijd juist het einde van de carrière van Benedictus als drukker. Het is niet helemaal duidelijk wanneer hij ophoudt met zijn zaak, maar na 1675 is er geen publicaties van hem meer bekend. Dat is natuurlijk vreemd.

Wat is er gebeurd? Benedictus is een jonge ambitieuze man. Hij heeft net een opmerkelijk mini-boekje geproduceerd, wat hem vermoedelijk veel lof heeft opgeleverd. Het lijkt erop dat hij zichzelf vervolgens overschat. Hij heeft bovendien een achtergrond waarin weinig ruimte is voor nuance. De bewoordingen die Benedictus gebruikt in zijn zelfgeschreven pamfletten (en ook in de publicaties van derden die hij over dezelfde zaak uitgeeft) zijn zodanig fel en beledigend voor de tegenstanders, dat dit verkeerd viel. Mogelijk heeft hij zelfs een enorm hoge boete gekregen.

De Middelburgse regenten mochten dan politiek verdeeld zijn, ze waren onderling ook sterk verbonden door huwelijken en economische belangen. Het was één ding om als Oranjegezinde regenten de macht te veroveren ten koste van staatsgezinde regenten. Maar het was iets heel anders om te accepteren dat een of andere jonge immigrantenzoon met kapsones die staatsgezinde regenten en hun connecties beledigde. Met andere woorden, Benedictus heeft vermoedelijk in zijn jeugdige overmoed zijn hand overspeeld en daar een hoge prijs voor betaald.
Andere eigenschappen die we door deze gebeurtenissen van hem leren kennen zijn een rechtlijnige onverzoenlijkheid en – toch ook wel – een zekere mate van lef.

Een jonge man in Amsterdam

In dezelfde jaren dat dit alles speelt, is Benedictus bezig naar Amsterdam te verhuizen. Op 10 september 1672, dus midden in het rampjaar, gaat hij in Amsterdam in ondertrouw met Lambertje Dirks Voorkerck. Bruid en bruidegom zijn allebei 22 jaar en Benedictus is boekdrukker van beroep. Zijn ouders wonen in Middelburg, net als hijzelf. Benedictus brengt zoals het hoort (hij is nog minderjarig) het consent van zijn vader in. Lambertje woont in de ‘Batevierenstraet’ en haar getuige is haar moeder Grietje IJsbrants. Lambertjes vader, de uit Utrecht afkomstige huistimmerman Dirk Aarts, was al in 1660 overleden, toen zij nog maar negen jaar oud was. Wel had ze al 10 jaar een stiefvader, de schoenmaker Octaaf Octaafsen van Sevenberghen. (Octaaf figureert overigens in het boek van Simone van der Vlugt over Rembrandt en Geertje Dircks, Schilderslief.)

Het huwelijk met Lambertje is belangrijk voor Benedictus, omdat haar vader Dirk Aarts poorter was van Amsterdam. Iemand die met de dochter van een poorter trouwde, kon heel voordelig zelf het poorterschap van Amsterdam verwerven en dat was weer essentieel als je lid wilde worden van een gilde. Benedictus wordt op 26 augustus 1673 poorter van Amsterdam.
In andere opzichten was het huwelijk voor Benedictus maatschappelijk gezien geen stap vooruit. Een boekdrukker had een hogere status dan een huistimmerman en wat verder opvalt, is het onbeholpen kruisje dat Lambertje onder de ondertrouwakte zet naast de elegante handtekening van haar bruidegom. (Protestantse vrouwen konden in het Amsterdam van die tijd bijna net zo vaak schrijven als mannen.)

Het zou interessant zijn om te weten hoe Benedictus en Lambertje elkaar ontmoet hebben. Dat zou nader licht kunnen werpen op zijn verhuizing naar Amsterdam. Was hij voor haar verhuisd? Maar hoe had hij haar dan leren kennen in het verre Middelburg? Of was Benedictus naar Amsterdam getrokken uit ambitie, met de intentie om daar boekdrukker te worden en was hij haar min of meer toevallig tegengekomen? Lambertje had een veel oudere zus Annetje die getrouwd was met Albert van Panhuijzen, een letterzetter, dus iemand uit de drukkerijwereld.

Het is niet duidelijk wanneer Benedictus precies in Amsterdam is gaan wonen. Het hoogtepunt van de pamflettenstrijd ligt in de jaren net ná zijn huwelijk. Je zou verwachten dat hij als pasgetrouwde man en kersverse poorter vooral in Amsterdam was, maar uit zijn eigen pamfletten blijkt dat hij toch ook regelmatig in Middelburg verbleef. Ook zijn publicaties uit deze periode staan te boek als gedrukt in Middelburg. Blijkbaar pendelde hij regelmatig heen en weer; bepaald geen sinecure in die tijd. Een tocht van Amsterdam naar Rotterdam bijvoorbeeld, kostte 13 uur met de trekschuit, het snelste voertuig uit die tijd. Als alles mee zat tenminste. En dan was je nog lang niet in Middelburg.

Kinderen

In ieder geval worden de kinderen van het echtpaar in Amsterdam gedoopt. Het eerste kind, Anna, wordt op 26 juni 1675 gedoopt in de Zuiderkerk. Dat is drie jaar na het huwelijk van haar ouders en dat is gezien de huwelijksvruchtbaarheid in die tijd relatief laat. Dat zou de gedachte kunnen ondersteunen dat Benedictus nog regelmatig in Middelburg verbleef. Anna bereikt de volwassenheid, waarover later meer.

In dezelfde jaren dat het met de maatschappelijke positie van Benedictus mis gaat, volgt meer rampspoed voor het gezin. In september 1676 wordt een tweede kind geboren. Het wordt, 20 dagen oud, naamloos en ongedoopt begraven op het Anthonis Kerkhof: ‘kind van Benedictus Smit, Peperstraat’. Op 25 september 1678 wordt in de Oosterkerk een derde kind gedoopt, een zoontje dat naar Benedictus’ vader Hendrik wordt vernoemd. Maar ook dit kind haalt het niet; het overlijdt in de Peperstraat en wordt op 5 november 1679 begraven, 1 jaar oud. Daarmee is de ellende nog niet afgelopen, want ook Grietje, gedoopt op 25 augustus 1680 in de Oosterkerk, sterft heel jong en wordt al op 24 oktober van datzelfde jaar begraven.

Op 26 september 1681 wordt een vijfde kind gedoopt, een zoon die weer Hendrik wordt genoemd (en die wij verder Henrik zullen noemen). Deze Henrik wordt gedoopt in de chique Oude Kerk. Na Henrik volgen nog Dirk, gedoopt op 27 mei 1685 in de Oude Kerk en Samuel, 20 juli 1786 gedoopt in de Oosterkerk. Henrik, Dirk en Samuel bereiken net als hun zus Anna de volwassenheid.

Schrijver bij de Admiraliteit

Ergens in deze jaren heeft Benedictus een overstap gemaakt naar een andere loopbaan. Het is hem blijkbaar niet gelukt zich als boekdrukker in Amsterdam te vestigen. De concurrentiestrijd in Amsterdam heeft wellicht een rol gespeeld, maar ook zijn reputatie zal hem geen goed hebben gedaan in het veel vrijzinnigere Amsterdam.

We weten niet hoe Benedictus tot zijn nieuwe beroep is gekomen. Hij was een geletterd man, niet gewend aan harde handenarbeid en ook niet geschoold voor een ander ambacht dan dat van drukker. De beroepen aan de onderkant van de maatschappij zullen hem niet hebben aangetrokken en hij zal ook gedacht hebben dat er betere mogelijkheden voor hem moesten liggen dan dat. Anderzijds was zijn positie als vader van een groeiend gezin niet riant. Het zou wel eens kunnen dat Lambertje en hij een tijdlang grote armoede hebben gekend en dat mede daarom hun tweede, derde en vierde kind zo jong stierven.
Maar Benedictus vindt rond zijn 30e in het maritieme Amsterdam een oplossing die bij hem past. Hij wordt schrijver bij de Admiraliteit. In tegenstelling tot wat je zou denken, is het beroep van schrijver geen klerkenfunctie aan de wal, maar een varend beroep. De schrijver was verantwoordelijk voor alle administratie van een schip: voor de inkoop, de boekhouding en de loonadministratie. Het was een functie op het niveau van onderofficier. De gage was redelijk goed en vooral het inkoopdeel van de functie bood een ‘creatief’ iemand tal van mogelijkheden om dit inkomen flink aan te vullen. Het is dit beroep dat Benedictus de rest van zijn leven zal uitoefenen, in een tijd waarin de Nederlandse Admiraliteit niet meer in een grote oorlog verwikkeld was, maar toch regelmatig in allerlei schermutselingen.

Lambertje en de vier kinderen Anna, Henrik, Dirk en Samuel zullen eraan gewend zijn dat Benedictus regelmatig van huis was. Het gezin zal dankzij het reguliere inkomen van hun vader een redelijke welvaart hebben gekend. We weten niet hoe de verhoudingen binnen het gezin van Benedictus geweest zijn. Hij was een vader die vaak afwezig was en die gezien zijn achtergrond waarschijnlijk streng optrad. Maar dat zegt niets over hoe liefdevol de relatie met zijn kinderen was. Begin juli 1691 slaat het noodlot toe. Lambertje overlijdt, nog maar 40 jaar oud. Anna is net 16, Henrik 9, Dirk 6 en Samuel bijna 4. We weten niet hoe het gezin het dan redt. Er zal wel veel op Anna’s schouders terecht zijn gekomen. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat ooms en tantes van moederzijde bij het gezin betrokken waren. De jongens krijgen een goede opleiding, gezien hun latere beroepskeuze en Anna leert in ieder geval schrijven. Dat zal zeker iets zijn waarin Benedictus de hand heeft gehad. Henrik wordt uiteindelijk schipper bij de VOC en Dirk wordt mr. chirurgijn. Samuel sterft ongehuwd op 27-jarige leeftijd; van hem weten we helaas geen beroep.

Drie huwelijken en een vete

In 1699-1700 vliegen de eerste kinderen uit. De 19-jarige Henrik treedt in de voetsporen van zijn vader Benedictus: hij wordt ook schrijver bij de Admiraliteit. Het ligt voor de hand dat hij begonnen is als assistent-schrijver, mogelijk onder zijn vader. Rond diezelfde tijd verhuist het gezin Smidt van de Peperstraat bij de haven naar de Egelantiersgracht in de Jordaan. Echter zonder dochter Anna. Zij woont in 1699 de Amstelkerkstraat. We weten dat, omdat dat adres vermeld wordt bij haar ondertrouw (op 24 oktober 1699) met de Leidse schoenmaker Wouter de Lorjé. Met die ondertrouw is iets heel raars aan de hand. Er staat namelijk vermeld dat Anna’s ouders zijn overleden. Haar getuige is ook geen ander familielid. De uitspraak dat haar beide ouders dood zijn, is natuurlijk een leugen.  Het is mogelijk dat deze leugen verteld wordt omdat vader Benedictus op zee is en men niet op zijn terugkeer wil wachten. Toch is dat vreemd want er lijkt geen haast bij; het huwelijk van Anna en Wouter blijft kinderloos. Bovendien duurden reizen van de Admiraliteit niet zo lang als die van de VOC. Was Benedictus tegen de relatie? Vond hij een schoenmaker te min? Woonde Anna daarom niet meer thuis?

Het tweede huwelijk is dat van Benedictus zelf. Op 3 nov 1702 gaat hij in ondertrouw met de 40-jarige Gorcumse Helena van de Vijver. Benedictus heeft maar liefst 11 jaar gewacht met hertrouwen, ongewoon lang voor een weduwnaar uit die tijd met vier kinderen. Mogelijk was hij simpelweg te vaak op zee om makkelijk iemand te kunnen vinden.

Het derde huwelijk is dat van Benedictus’ zoon Henrik en dit leidt tot een blijvende vete tussen vader en zoon. We weten natuurlijk niet hoe de relatie eerst was, maar het feit dat Henrik hetzelfde beroep kiest als zijn vader en op hetzelfde adres woont, wijst niet per se op een grote verwijdering.

Maar op 2 maart 1708 gaat Henrik in ondertrouw met de 2 jaar jongere Anna Maria de Vogel. Hun ondertrouwaantekening bevat veel informatie.
Allereerst zien we dat het huwelijksvoornemen zal worden afgekondigd op de ‘pui’ oftewel op de voorgevel van het stadhuis. Dat betekent dat bruid en bruidegom niet allebei hervormd zijn. En inderdaad wijst nader onderzoek uit dat Anna Maria rooms-katholiek is.
Denk je in: de grootvader van Henrik drukte pamfletten waarin alleen al het bekijken van een rooms kerkgebouw als grote zonde werd veroordeeld. Wat zou een steile Zeeuwse calvinist als Benedictus er dan van vinden dat zijn zoon met een katholiek meisje trouwt? Het antwoord staat op de ondertrouwakte: “sijn vader wil niet consenteere (= toestemming geven) vide (= zie) huwelijkscraceel.” Verderop blijkt overigens dat de vader van Anna Maria wél met het huwelijk instemt. Het huwelijkscraceel was een register waarin dit soort conflicten en hun uitkomst werd bijgehouden. Ouders konden het huwelijk van een kind tegenhouden, maar niet onbeperkt. Ze moesten voor een commissie verschijnen en hun bezwaren toelichten. Uit het betreffende huwelijkscraceel blijkt dat Benedictus niet op komt dagen. Daarmee kreeg Henrik automatisch gelijk. Dat lezen we ook in de marge: “Acte verleent den 18e maart om tot Abcouw te trouwen. De nevenstaande personen sijn den 18e maart tot Abcouw getrout getuijghe do. Theodorus Dop predikant aldaar.

Uit het feit dat Henrik en Anna Maria uitwijken naar Abcoude (wat hen 6 gulden extra leges kostte) blijkt wel dat ze bang waren dat hun huwelijk anders verstoord zou worden. Dat ging zelfs zo ver, dat ze niet hun echte naam laten intekenen. In Abcoude staat op 18 maart 1708 alleen een huwelijk vermeld van ‘Theodoor Smits’ uit Amsterdam, zonder een naam voor de bruid… Dit betekent dat dominee Dop sympathiek moet hebben gestaan tegenover het bruidspaar, want hij moet hieraan hebben meegewerkt.

Misschien zou een lang en gelukkig huwelijk met veel kinderen Henrik en zijn vader uiteindelijk weer dichterbij elkaar hebben gebracht. Maar dat mag niet zo zijn. Het stel gaat wonen in de Nieuwe Vijzelstraat bij de Kerkstraat. Een ongewoon adres voor een zeeman, maar lekker ver weg van de Jordaan en van Benedictus. Begin februari 1709 wordt zoon Jan geboren, die waarschijnlijk maar kort leeft. Een maand later, vlak voor of zelfs op haar eerste trouwdag, overlijdt de 25-jarige Anna Maria.

In oktober van dat jaar overlijdt Benedictus in de Nieuwe Leliestraat. Hij is 59 jaar oud geworden en wordt begraven op 22 oktober 1709 in de Westerkerk.

Hoe gaat het verder?

Henrik trouwt op in februari 1711 voor de tweede keer, met zijn buurmeisje Jacoba van Noordt, dochter van de inmiddels overleden Sybrandus van Noordt, bij leven organist van de Oude kerk en componist. (https://www.youtube.com/watch?v=Shvzr382VpA)

Henrik en Jacoba krijgen 6 kinderen: Lamberta, vernoemd naar de moeder van Henrik; 2 maal een Debora, vernoemd naar de moeder van Jacoba; Johanna, vernoemd naar de vrouw van Henriks broer Dirk; Dirk, vernoemd naar de broer van Henrik en Henrik, vernoemd naar Henrik zelf. Wat opvalt is dat geen van de kinderen vernoemd wordt naar een van hun grootvaders. Dat is in die tijd echt extreem ongewoon. Het verhaal over Sybrandus is een verhaal apart – sterker nog, er is een biografie aan hem gewijd – maar voor nu gaat het erom te constateren dat Henrik zijn vader Benedictus duidelijk nooit vergeven heeft. Ook zijn broer Dirk, die twee jong gestorven zoontjes krijgt, vernoemt zijn vader niet.

Henrik stapt rond 1713 over van de Admiraliteit naar de VOC, waar hij begint als derde stuurman en het tot schipper brengt. Tijdens zijn zevende reis overlijdt hij, 49 jaar oud, vermoedelijk tijdens een reis tussen India en de Perzische golf. Op het schip bevindt zich ook zijn zwager Wouter Lorjé, die eveneens nog voor de thuishaven overlijdt. Jacoba en 5 van hun kinderen zijn al eerder gestorven.

Alleen de oudste dochter Lamberta Smidt is nog over en zij is inmiddels getrouwd met de veelbelovende lakenkoopman Jacob Wiel. Henrik laat haar 35.000 gulden na, maar meer dan 20.000 gulden daarvan wordt opgeëist door schuldeisers die na jaren lang juridisch touwtrekken winnen. Tussen haar huwelijk op haar 20e en haar dood op haar 32e krijgt Lamberta 8 kinderen. Bij haar overlijden zijn er daarvan nog 2 in leven, maar uiteindelijk bereikt alleen de kleine Elizabeth Wiel de volwassenheid. Zij trouwt met de gegoede Utrechtse apotheker Gosuinus van der Monde. Ook Elizabeth wordt niet oud, maar van haar 4 kinderen worden er 3 volwassen en laten kinderen na. Ik stam af van oudste dochter Cornelia van der Monde.

Zij trouwt met de Zeeuwsvlaamse regentenzoon en luitenant Anthonij Deijer. Anthonij komt rond 1794 om in de strijd tegen Napoleon en laat Cornelia in Utrecht met twee kleine kinderen achter. Ook Cornelia sterft al zeer jong, op haar 30e. Haar bemiddelde familie ontfermt zich over de kinderen. De jongste gaat al op zijn 17e in het leger en het is onbekend hoe het met hem afloopt maar de oudste, Lodewijk Deijer, wordt… zeeman. (Boekdrukkers komen in de familie niet meer voor, maar een andere kleinzoon van Elizabeth Wiel wordt graveur bij de Utrechtse munt.) Lodewijk begint in de kustvaart op een tjalkschip. Daarop vaart hij rond samen met zijn vrouw, de Groningse Jacoba Brink die uit een familie van tjalkschippers stamt. Lodewijk is net als zijn betovergrootvader Henrik Smidt zeer succesvol en brengt het tot kapitein op de grote vaart. Op zijn 59e valt hij echter in de haven van Charleston van een hoge ladder die tegen het schip aanstaat en breekt zijn nek. Vier van Lodewijks dochters krijgen kinderen en vanaf hier wordt de familie heel breed.